Wist-je-dat?

Malle Babbe

Iedereen kent dit liedje wel van Rob de Nijs;

Malle Babbe, kom, Malle Babbe kom hier
Lekker stuk, malle meid, lekker dier van plezier
Malle Babbe is rond, Malle Babbe is blond
Een zoen op je mond, Malle Babbe je lekkere kont

Maar wist je dat deze muziek eigenlijk dichterbij Boudewijn de Groot staat dan bij Rob de Nijs? Hij maakte de hit er mee, maar Boudewijn de Groot trad er ook mee op. Het is namelijk geschreven door zijn jeugdvriend en briljant tekstschrijver Lennaert Nijgh.

Malle Babbe is trouwens een schilderij van Frans Hals, een beeld van Babbe die echt mal was en in 1642 in Haarlem in een arbeidshuis (opvang voor geestelijk gestoorde mensen) zat. 

Annabel

In 1983 haalde Hans de Booij alle hitlijsten met het nummer Annabel, iedereen kent het wel.

Annabel, het wordt niets zonder jou, Annabel

Maar ook deze muziek heeft een directe relatie met Boudewijn en ik luister altijd graag zijn versie. Hij heeft het namelijk gecomponeerd en samen met Herman Pieter de Boer geschreven.

Uhm, valt het al op dat ik Boudewijn de Groot fan ben?
Allemaal dankzij mijn ouders hoor, het is niet mijn schuld!

De eeuwige soldaat

Boudewijn de Groot heeft samen met Lennaert Nijgh altijd goede teksten. Zal er weer eens eentje quoten.

Hij is klein van stuk en hij is groot en fors
Zijn wapens zijn van staal en steen en hout
Hij is dertig jaar of meer en hij is nog maar zeventien
Als soldaat is hij al eeuwen oud

Hij is een muzelman, een hindoe, een atheist, een jood
Katholiek en doopsgezind, gereformeerd
En al duizend jaar doodt hij mij voor jou en jou voor mij
En toch weet hij heel goed: doden is verkeerd

Hij vecht voor Groot-Brittanie en voor Amerika
Hij vecht voor Portugal en Pakistan
En hij vecht ook voor de Russen, en hij denkt terwijl hij vecht
Dat hij zo een eind aan oorlog maken kan

En hij vecht voor ‘t communisme en voor de monarchie
Hij zegt: ‘t is voor de vrede van elk land
Hij die uit te maken heeft wie er sterft en verder leeft
En toch ziet hij nooit het teken aan de wand

Maar als hij er niet geweest was, dan had Hitler nooit een kans
Zonder hem had Caesar slechts alleen gestaan
Hij maakt van zichzelf een wapen dat gebruikt wordt in de strijd
En door hem zal al dat moorden verder gaan

Hij ‘s de eeuwige soldaat en hij is werkelijk de schuld
Zijn orders komen heus niet van zo ver
Hij krijgt ze hiervandaan, van jou en mij
Zijn leiders dat zijn wij
Zo maken geen eind aan ‘t oorlogsleed

Hoogtevrees in Babylon

ze zeiden: bouw een toren
tot aan de hemelpoort
laat niemand ervan horen
en spreek daarbij geen woord
de noten waren mijn stenen
de melodie was mijn cement
je bouwt tenslotte met datgene
waarmee je gezegend bent

priesters die me zagen
zegenden mijn werk
ik had niets te klagen
ze baden voor me in hun kerk
ik schreef in kalk: weet iemand
tot hoever ik moet gaan

rage kraaien
vlogen cirkels boven ons hoofd
je moet de leugen niet verdraaien
of je wordt niet meer geloofd

ik zweeg in alle talen
en bouwde immer voort
zou ik het kunnen halen
tot aan de hemelpoort?

mijn moeder schuifelde nader:
ik heb ervan gehoord
je wilt naar God de Vader
achter de hemelpoort
ik hoop dat het niet waar is
zoiets is te profaan
maar laat me weten als het klaar is
want alleen laat ik je niet gaan

ik metselde mijn muren
duizend stenen in het rond
het kon niet lang meer duren
tot ik in de wolken stond
mijn moeder kon ik niet meer horen
Paul Simon schudde ‘t hoofd
ik dacht: je moet je niet laten storen
door wie niet in je gelooft

ik zweeg in alle talen
en bouwde immer voort
zou ik het kunnen halen
tot aan de hemelpoort?

de nacht begon te vallen
met sterren om me heen
de toren werd al smaller
want ik had te weinig steen
ik voelde dat ik niet verder kon
op dit godverlaten uur
beneden me lag Babylon
als glanzend zacht glazuur

ik besloot mijn werk te staken
het werd een hopeloos karwei
het had met godsvrucht iets te maken
maar er kwam nog wat anders bij
de toren hoefde niet vanaf de grond
tot de hemelpoort te reiken
maar ik wilde wel wanneer ik boven stond
nog naar beneden durven kijken

ik schreeuwde: ik ga ‘t niet halen
maar ik werd niet gehoord
men zweeg in alle talen
beneden in het Land van Baäl
en achter de hemelpoort

Boudewijn de Groot – Hoogtevrees in Babylon

Onder de groene hemel, in de blauwe zon

Van Boudewijn de Groot uiteraard een stukje vrolijkheid;

Onder de groene hemel in de blauwe zon
speelt het blikken harmonie orkest in een grote regenton.
Daar trekt over de heuvels en door het grote bos
de lange stoet de bergen in van het circus Jeroen Bosch.
En we praten en we zingen en we lachen allemaal,
want daar achter de hoge bergen
ligt het Land van Maas en Waal

Ik loop gearmd met een kater voorop.
Daarachter twee konijnen met een trechter op hun kop.
En dan de grote snoeshaan, die legt een glazen ei.
Wanneer je het schudt dan sneeuwt het op de Egmondse Abdij.
Ik reik een meisje mijn koperen hand,
dan komen er twee Moren met hun slepen in de hand.
Dan blaast er de fanfare ter ere van de schaar,
die trouwt met de vingerhoed, ze houden van elkaar.

En onder de purperen hemel in de bruine zon
speelt nog steeds het harmonie orkest in een grote regenton.
Daar trekt over de heuvels en door het grote bos
de lange stoet de bergen in van het circus Jeroen Bosch
En we praten en we zingen en we lachen allemaal,
want daar achter de hoge bergen ligt het Land van Maas en Waal.
We zijn aan de koning van Spanje ontsnapt,
die had ons in zijn bed en de provisiekast betrapt.
We staken alle kerken met brandewijn in brand,
‘t is koudvuur, dus het geeft niet en het komt niet in de krant.

Het leed is geleden, de horizon schijnt
wanneer de doden dronken zijn en Pierlala verdwijnt.
Dan steken we de loftrompet en ook de dikke draak
en eten ‘s avonds zandgebak op het feestje bij Klaas Vaak.
En onder de gouden hemel in de zilveren zon
speelt altijd het harmonie orkest in een grote regenton.
Daar trekt over de heuvels en door het grote bos
de stoet voorgoed de bergen in van het circus Jeroen Bosch.
En we praten en we zingen en we lach-ahahahaa,
het Land van Maas en Waal,
van Maas en Waal, van Maas en Waal,
van Maas en Waal, van Maas en Waal.